Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 december 2022. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn van 15 maanden, inclusief verlenging, is verstreken en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat de minister binnen vier weken na bekendmaking van deze uitspraak een besluit moet nemen. Daarbij wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 7.500,-, voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
De rechtbank baseert zich op de relevante artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, en sluit aan bij jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast worden proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen ter hoogte van € 437,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt veroordeeld tot het nemen van een besluit binnen de gestelde termijn en het betalen van de dwangsom bij overschrijding.