Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] , eiser 1
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers, Syrische staatsburgers, dienden op 30 juni 2024 asielaanvragen in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze niet in behandeling, omdat op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening Polen verantwoordelijk is voor de behandeling. Polen had verzoeken tot terugname van eisers aanvaard.
Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Polen niet geldt vanwege mishandeling en gedwongen afname van vingerafdrukken in Polen. Zij stelden dat overdracht aan Polen onevenredige hardheid zou betekenen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het vertrouwensbeginsel, ondersteund door recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eisers brachten geen objectieve informatie aan die het vertrouwensbeginsel zou ondermijnen. Ook klaagden zij niet bij bevoegde instanties in Polen. De rechtbank vond geen bijzondere individuele omstandigheden die overdracht onevenredig zouden maken. De beroepen werden ongegrond verklaard en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard.