ECLI:NL:RBDHA:2024:21193
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Frankrijk verantwoordelijk is gesteld voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2024 behandeld en nader bewijs van eiser en reactie van de minister in overweging genomen.
De rechtbank oordeelt dat het besluit zorgvuldig is voorbereid en voldoende is gemotiveerd. De minister heeft toegelicht waarom Frankrijk verantwoordelijk is en waarom geen uitzondering op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening geldt. Eiser stelde dat Italië verantwoordelijk zou zijn en verwees naar eerdere correspondentie, maar dit werd niet gegrond verklaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet mag gelden vanwege structurele tekortkomingen in het Franse asiel- en opvangsysteem, ondersteund door AIDA-rapporten en eigen ervaringen. De rechtbank volgt dit niet en bevestigt dat de minister in beginsel mag uitgaan van het vertrouwensbeginsel, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat er een reëel risico bestaat op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Dit is niet voldoende aangetoond.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld. Eiser mag worden overgedragen aan Frankrijk en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft buiten behandeling; eiser mag worden overgedragen aan Frankrijk.