Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende persoon, vroeg op 14 mei 2024 asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling. Spanje reageerde niet binnen de gestelde termijn, waardoor de verantwoordelijkheid vaststond.
Eiser stelde dat Spanje systematische tekortkomingen vertoont in asielprocedure en opvang, dat hij onjuist geïnformeerd was en vreest voor uitzetting naar Pakistan. Tevens stelde hij dat verweerder op grond van artikel 16 of Pro 17 van de Dublinverordening zijn aanvraag had moeten behandelen vanwege de aanwezigheid van zijn zus in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Spanje zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De vrees voor indirect refoulement werd verworpen op basis van recente jurisprudentie. Ook werd onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie met zijn zus die overdracht aan Spanje zou verhinderen.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.