Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- b. (…);
- c. de vreemdeling verricht al dan niet gezamenlijk met de andere ouder daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind; en
- d. tussen de vreemdeling en het kind bestaat een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de EU te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd.
settled migranten het zwaartepunt van zijn leven is in Nederland: zijn kinderen, vrienden en zijn werk zijn hier. Verweerder heeft volgens eiser niet uitgelegd waarom het belang van de Nederlandse staat zwaarder zou wegen. Eiser heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij door de [gemeente] wordt ondersteund. Daaruit blijkt ook dat hij meer dan welkom is in [plaats] en in Nederland, aldus eiser. Ter zitting heeft verweerder verwezen naar het primaire besluit en de aanvulling daarop in het bestreden besluit. De rechtbank oordeelt dat verweerder eiser niet als een settled migrant heeft hoeven aanmerken: terecht is erop gewezen dat eiser weliswaar al lang in Nederland verblijft (sinds 1999), maar dat sprake is geweest van een stapeling van verblijfsprocedures die niet tot resultaat hebben geleid, en dat eiser slecht betrekkelijk kort rechtmatig verblijf heeft gehad (de periode van 17 juli 2017 tot 17 juli 2022). Verweerder heeft in het primaire besluit een uitvoerige belangenafweging gemaakt, welke is aangevuld in het bestreden besluit. Anders dan eiser heeft aangevoerd, heeft verweerder wel toegelicht waarom het economisch belang van de Nederlandse staat zwaarder weegt. Zo is gewezen op het feit dat eiser gedurende lange tijd een uitkering heeft gehad, en maar kort heeft gewerkt, alsmede dat hij ook overigens gebruik maakt van publieke voorzieningen. Dat verweerder ten onrechte eisers ouderschap niet heeft aangenomen, wordt niet gevolgd omdat tijdens het bestreden besluit nog geen sprake was van erkenning van de kinderen. De latere vervangende toestemming tot erkenning heeft niet hoeven leiden tot een andere belangenafweging, gelet op de beperkte invulling van het gezinsleven door eiser.