Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering en het college van burgemeester en wethouders van Delft heeft haar uitkering herzien, ingetrokken en een bruto bedrag van €4.118,31 teruggevorderd wegens onjuist opgegeven inkomsten. Het college baseerde dit op een onderzoek waaruit bleek dat eiseres regelmatig betalingen ontving die niet waren gemeld, waardoor sprake was van inkomen dat niet in de bijstand werd betrokken.
Eiseres voerde aan dat de betalingen bedoeld waren voor onvoorziene studiekosten van haar dochter en dat zij de inlichtingenplicht niet had geschonden. Tevens deed zij een beroep op de hardheidsclausule vanwege haar financiële en medische situatie en stelde zij dat het college de hoorplicht had geschonden doordat haar gemachtigde onjuist was uitgenodigd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de betalingen uitsluitend voor haar dochter bestemd waren en dat zij de inlichtingenplicht had geschonden. De rechtbank vond geen dringende redenen om af te zien van terugvordering, ook niet vanwege haar gezondheidssituatie. Hoewel het college de hoorplicht had geschonden, was eiseres niet benadeeld omdat zij in de beroepsprocedure alsnog haar standpunt kon toelichten.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht vanwege de schending van de hoorplicht. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.