ECLI:NL:RBDHA:2023:18085
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, van Eritrese nationaliteit, verzocht asiel in Nederland nadat hij eerder in Kroatië asiel had aangevraagd en zijn vingerafdrukken had achtergelaten. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië blijft gelden, maar dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij geen aanleiding zag om de aanvraag toch in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Eiser had gedetailleerde verklaringen over onmenselijke behandeling tijdens detentie in Kroatië gegeven, die verweerder onvoldoende heeft betrokken in zijn beoordeling.
De rechtbank vindt dat de omstandigheden zoals door eiser geschetst mensonterend zijn en dat verweerder onterecht stelde dat eiser niet had gesteld dat de detentie onrechtmatig was. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak en de aanvullende zienswijzen van eiser. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd.