ECLI:NL:RBDHA:2024:21449
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen informatieve brief Fraude Signalering Voorziening niet-ontvankelijk verklaard
Eiseres maakte bezwaar tegen een brief van de Minister van Financiën waarin werd meegedeeld dat een registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) mogelijk een rol had gespeeld bij de kinderopvangtoeslag. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit is. De rechtbank heeft beoordeeld of de brief een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, waarbij een besluit een schriftelijke, publiekrechtelijke rechtshandeling moet zijn met een beoogd rechtsgevolg.
De rechtbank oordeelde dat de brief louter informatief is en geen rechtsgevolgen heeft voor eiseres. De brief wijzigt niets aan haar rechten of plichten en staat los van het traject voor schadevergoeding via de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT). Ook het argument van eiseres dat alleen de registratie in de FSV recht zou geven op schadevergoeding werd verworpen, mede omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State recent heeft geoordeeld dat de verwerking van persoonsgegevens in de FSV een feitelijke handeling is en geen besluit.
Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 6 december 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de informatieve brief over de FSV is ongegrond verklaard.