ECLI:NL:RBDHA:2024:21457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Kroatië afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep op 3 december 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De rechtbank onderzoekt of het besluit van de minister rechtmatig is, met name of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië kan worden toegepast.
Eiser stelde dat hij onmenselijk behandeld is in Kroatië en vreest indirecte terugzending naar Syrië, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing zou zijn. De rechtbank volgt dit niet, verwijzend naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, die bevestigen dat Kroatië zijn internationale verplichtingen nakomt.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concrete en objectieve aanwijzingen heeft geleverd om het vermoeden van correcte behandeling te weerleggen. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser en zijn partner leiden niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.