Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam 1] en [naam 2], eisers,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Artikel 17 van Pro de Dublinverordening
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Pakistaanse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en oordeelt dat het beroep kennelijk ongegrond is. De minister heeft op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mogen aannemen dat Zwitserland zijn verdragsverplichtingen nakomt en dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn dat eisers bij overdracht een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
Eisers hadden aangevoerd dat de asielprocedure in Zwitserland niet eerlijk zou zijn en dat zij indirect refoulement zouden ondervinden, mede door medische omstandigheden zoals een miskraam veroorzaakt door stress. De rechtbank acht deze stellingen onvoldoende onderbouwd en wijst erop dat klachten bij de Zwitserse autoriteiten kunnen worden ingediend.
De rechtbank bevestigt dat de inhoudelijke beoordeling van het asielverzoek aan Zwitserland is en dat Nederland terecht het verzoek om terugname heeft gedaan en Zwitserland dit heeft aanvaard. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers mogen worden overgedragen naar Zwitserland. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt kennelijk ongegrond verklaard en zij mogen worden overgedragen naar Zwitserland.