ECLI:NL:RBDHA:2024:21716
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft op 8 mei 2024 asiel aangevraagd in Nederland, maar verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Eerder had eiser al een asielaanvraag ingediend in Frankrijk op 14 maart 2022.
Eiser betoogt dat overdracht aan Frankrijk niet mogelijk is vanwege de slechte opvangomstandigheden daar, die volgens hem een schending van artikel 3 EVRM Pro opleveren. Hij beroept zich op een AIDA-rapport en het arrest M.K. tegen Frankrijk, en stelt dat hij in Frankrijk geen adequate opvang en rechtsmiddelen kan verkrijgen.
De rechtbank oordeelt echter dat de problemen in de Franse asielopvang niet zodanig zijn dat sprake is van systeemfouten en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom hij persoonlijk geen opvang zou krijgen, temeer daar hij eerder in Frankrijk opvang heeft ontvangen en rechtsmiddelen heeft kunnen gebruiken.
Daarom is er geen reëel risico dat eiser in een situatie komt die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.