Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant 1], V-nummer: [V-nummer 1]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Opposanten hebben verzet ingesteld tegen de uitspraak van 2 oktober 2024, waarin hun beroepen niet-ontvankelijk werden verklaard wegens prematuriteit van de ingebrekestellingen. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb.
De kern van het geschil betreft de vraag of opposanten mochten vertrouwen op de door de minister verstrekte informatie dat de beslistermijn uiterlijk op 14 juni 2024 zou verlopen. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke beslistermijn bepalend is en dat een eerdere verwachting van de minister dit niet wijzigt. De ingebrekestellingen van 17 juni 2024 waren daarom prematuur.
De rechtbank volgt de door opposanten aangehaalde uitspraak niet en bevestigt dat pas na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn kan worden geconcludeerd dat de minister in gebreke is. Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen blijft in stand.