ECLI:NL:RBDHA:2024:21834
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit nareis asielvergunning met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en minderjarig kind. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling wegens betalingsonmacht toegekend.
De aanvraag werd ingediend op 26 januari 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd. Verweerder had uiterlijk op 25 juli 2024 moeten beslissen, maar deed dit niet. Eiser stelde verweerder op 30 juli 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 28 september 2024 beroep in. Het beroep is tijdig en kennelijk gegrond.
De rechtbank oordeelt dat bij nareisaanvragen sprake is van een bijzonder geval en legt een nadere beslistermijn van twintig weken op. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €437,50. De rechtbank draagt verweerder op binnen acht weken een besluit te nemen, met een langere termijn van twintig weken indien nader onderzoek nodig is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen een gestelde termijn een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.