ECLI:NL:RBDHA:2024:21836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor haarzelf en haar minderjarige kinderen bij de referent.
De aanvraag is ingediend op 21 november 2023, waarna verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moest beslissen. Deze termijn is met drie maanden verlengd, waardoor uiterlijk op 19 mei 2024 een besluit had moeten worden genomen. Dit is niet gebeurd, waarna eiseres verweerder op 23 mei 2024 rechtsgeldig in gebreke stelde en op 7 juni 2024 beroep instelde. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank oordeelt dat de situatie van aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning een bijzonder geval vormt, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. De rechtbank legt een termijn van zestien weken op, bestaande uit twaalf weken voor nader onderzoek en vier weken voor besluitvorming.
Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000, en tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen zestien weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.