ECLI:NL:RBDHA:2024:21844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit nareis gezinsleden asielvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvragen om machtigingen tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn ouders en zussen, gebaseerd op artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder besluit te nemen. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
Gezien de bijzondere aard van nareisaanvragen bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een nadere beslistermijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A.S.J.I. Hendrickx op 19 december 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen en er worden dwangsommen en proceskosten opgelegd.