ECLI:NL:RBDHA:2024:21849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit nareis en oplegging nadere beslistermijn
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 21 mei 2023, waarna de minister de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 19 november 2023 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiseres stelde de minister rechtsgeldig in gebreke op 20 december 2023 en 3 januari 2024, waarna zij op 26 september 2024 beroep instelde. Het beroep is tijdig en kennelijk gegrond.
De rechtbank oordeelt dat bij nareisaanvragen sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna een termijn van twintig weken geldt.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. De reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €437,50 aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd, en de minister opgelegd binnen acht weken een besluit te nemen met dwangsommen en proceskosten.