ECLI:NL:RBDHA:2024:21852
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit nareis gezinsleden asielvergunninghouder
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenoot en minderjarige kinderen. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag is ingediend op 21 februari 2024 en verweerder had uiterlijk op 21 augustus 2024 moeten beslissen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiser stelde verweerder op 30 augustus 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 3 oktober 2024 het beroep in, dat tijdig werd geacht. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn van acht weken op, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.