ECLI:NL:RBDHA:2024:21855
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zwaar inreisverbod en signalering voor tien jaar wegens drugshandel
Eiser, met de Britse nationaliteit, werd op 21 januari 2023 betrapt met een grote hoeveelheid cocaïne in zijn auto en later veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk buiten Nederland brengen van 32 kilogram cocaïne. De minister legde aanvankelijk een inreisverbod van twee jaar op, dat later werd vervangen door een zwaar inreisverbod en een signalering voor tien jaar.
Eiser betoogde dat het besluit niet zorgvuldig tot stand was gekomen, dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om zijn zienswijze te geven, en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij een actuele en ernstige bedreiging zou vormen. Ook stelde hij dat de vermeende veroordelingen in Spanje onjuist waren en dat zijn normbesef was verbeterd.
De rechtbank oordeelde dat de minister zorgvuldig had gehandeld, de formele vereisten had nageleefd en het besluit voldoende had gemotiveerd. De strafzaak en de maatschappelijke impact van het drugshandel delict, gecombineerd met het beperkte tijdsverloop en detentie van eiser, rechtvaardigen het inreisverbod en de signalering. De vermeende Spaanse veroordelingen waren niet bewezen, maar dit deed niet af aan het besluit.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het inreisverbod en de signalering voor tien jaar blijven van kracht. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het zwaar inreisverbod en de signalering voor tien jaar wordt ongegrond verklaard.