Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4]
Rechtbank Den Haag
Eisers, bestaande uit een referent en vier minderjarige kinderen, hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag was ingediend op 27 maart 2024 en de minister had uiterlijk 25 september 2024 moeten besluiten, maar heeft nagelaten dit te doen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingesteld na een ingebrekestelling en verklaart het beroep gegrond. Gezien de bijzondere omstandigheden rond gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn opgelegd dan de standaard twee weken. De minister krijgt acht weken om alsnog te beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en veroordeelt de minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442. Ook worden proceskosten en griffierecht aan eisers toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 19 december 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van dwangsommen.