ECLI:NL:RBDHA:2024:21959
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voert aan dat het besluit niet voldoet aan diverse wettelijke en verdragseisen, waaronder het niet meenemen van zijn partner en pleegdochter in het terugnameverzoek aan Duitsland en dat hij een beroep kan doen op hoofdstuk III van de Dublinverordening vanwege een impliciete intrekking van zijn Duitse asielaanvraag. De rechtbank oordeelt echter dat er sprake is van een terugnamesituatie waarbij Duitsland verantwoordelijk blijft, en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een huwelijk of gezinsverband heeft met de genoemde personen.
De rechtbank concludeert dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom geen discretionaire bevoegdheid is toegepast en dat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.