Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer]
[kind 1], V-nummer: [V-nummer]
de Minister voor Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
inhoudelijk en op de persoon van eiseres en haar kinderen toegespitstvoornemen zou hebben uitgebracht, conform de hele idee en ratio om een voornemenprocedure in te richten, zou eiseres reeds in de zienswijzefase hebben kunnen constateren dat verweerder op grond van alleen de verklaringen van eiseres over het huiselijke geweld dat zij stelt te hebben ondergaan de behandeling van de asielaanvraag niet aan zich trekt.
27. Article 3 (1) of the Convention on the Rights of the Child places an obligation on both the public and the private spheres, courts of law, administrative authorities and legislative bodies to ensure that the best interests of the child are assessed and taken as a primary consideration in all actions affecting children.
(…)
31. In order to implement the best interests principle in migration-related procedures or decisions that could affect children, the Committees stress the need to conduct systematically best-interests assessments and determination procedures as part of, or to inform, migration-related and other decisions that affect migrant children. As the Committee on the Rights of the Child explains in its general comment No. 14, the child’s best interests should be assessed and determined when a decision is to be made.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van