ECLI:NL:RBDHA:2024:22144
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid voortduren maatregel van bewaring bij vreemdeling na 90 dagen niet getoetst
De minister van Asiel en Migratie legde op 14 maart 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser, een vreemdeling van Gambiaanse nationaliteit. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank behandelde het beroep op 27 december 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank toetste of de voortzetting van de bewaring voldoet aan artikel 15, derde lid, van Richtlijn 2008/115, dat vereist dat bij een lange periode van bewaring de voortzetting door een rechterlijke autoriteit moet worden getoetst. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat een periode van drie maanden als lang wordt beschouwd. Omdat de voortzetting na 90 dagen na sluiting van het onderzoek niet is getoetst, is deze voortzetting onrechtmatig.
De rechtbank concludeert dat de maatregel tot 12 december 2024 rechtmatig was, mede omdat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld en eiser onvoldoende meewerkte aan uitzetting. De belangenafweging door de minister is voldoende gebleken en er is geen aanleiding voor toepassing van een lichter middel. Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt per 27 december 2024 opgeheven. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 875,-.
Uitkomst: De voortzetting van de maatregel van bewaring is vanaf 12 december 2024 onrechtmatig en wordt per 27 december 2024 opgeheven.