ECLI:NL:RVS:2023:3003
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring vreemdeling wegens rechtmatigheid en uitzettingsperspectief
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 26 april 2023 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond, oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was en beval opheffing met ingang van 15 mei 2023, tevens werd schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank omdat deze ten onrechte ambtshalve oordeelde over de taal van het gehoor voorafgaand aan de bewaring en het ontbreken van een tolk, terwijl dit niet tot onrechtmatigheid van de bewaring leidt maar tot een belangenafweging.
De Raad beoordeelde vervolgens het beroep zelf en verwierp de klachten over de gronden voor de bewaring, aangezien de staatssecretaris meerdere andere, niet bestreden gronden aan de maatregel ten grondslag had gelegd. Ook het betoog dat er geen zicht op uitzetting naar Gambia zou zijn, werd verworpen omdat een laissez-passeraanvraag was ingediend en geen aanwijzingen bestonden dat medewerking zou ontbreken.
De Raad oordeelde dat de bewaring rechtmatig was, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt als rechtmatig beoordeeld en het beroep wordt ongegrond verklaard.