ECLI:NL:RBDHA:2024:2221
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn bij intrekking verblijfsvergunning asiel
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van 1 juni 2021 waarbij de staatssecretaris zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd introk. Eiser stelde dat hij het besluit niet had ontvangen en dat de bekendmaking onjuist was, omdat hij in het buitenland verbleef en de staatssecretaris niet van zijn nieuwe adres op de hoogte was.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris het besluit naar het laatst bekende adres van eiser had gestuurd, wat volgens vaste rechtspraak een geschikte wijze van bekendmaking is. Het enkele feit dat eiser mogelijk niet meer op dat adres verbleef, maakt de bekendmaking niet onrechtmatig. Eiser had de verplichting om zijn adreswijziging tijdig door te geven, wat hij onvoldoende had gedaan.
Omdat het besluit op juiste wijze bekend was gemaakt, was de beroepstermijn van vier weken gestart en had eiser die termijn overschreden door pas in november 2023 beroep in te dienen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.