ECLI:NL:RVS:2022:2423
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens niet tijdige beroep en juiste bekendmaking
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 25 juni 2020 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling in. De vreemdeling was uitgeschreven uit de Basisregistratie personen en stond ingeschreven in de Registratie Niet-ingezetenen. Het besluit werd naar het laatst bekende adres verzonden, wat volgens de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een juiste wijze van bekendmaking is.
De vreemdeling stelde dat hij de termijn voor het instellen van beroep had overschreden vanwege psychische klachten en het ontbreken van kennis over de verplichting tot adreswijziging. De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende had onderbouwd dat zijn psychische toestand hem verhinderde de adreswijziging door te geven, mede omdat hij zelfstandig naar Irak kon reizen.
De Afdeling verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank die het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van vreemdelingen om adreswijzigingen door te geven en bevestigt dat toezending naar het laatst bekende adres een geldige bekendmaking is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.