Eiseres diende op 23 februari 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haar echtgenoot en vijf kinderen. Na meerdere eerdere beroepen tegen het niet tijdig beslissen, waarvan drie gegrond werden verklaard, werd nu het vierde beroep behandeld. De minister van Asiel en Migratie had ondanks eerdere dwangsommen nog steeds niet beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ook al was de eerder opgelegde dwangsom nog niet volgelopen. De rechtbank sluit zich aan bij jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter dat het procesbelang blijft bestaan zolang er geen besluit is genomen. Het beroep wordt gegrond verklaard omdat de beslistermijn van acht weken is overschreden.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op en stelt een dwangsom van € 200 per dag vast, met een maximum van € 15.000. Tevens wordt de resterende verbeurde dwangsom vastgesteld op € 805. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 437,50. De rechtbank wijst het subsidiaire verzoek van de minister om een termijn van twintig weken af wegens onvoldoende onderbouwing.