ECLI:NL:RBDHA:2024:2233
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat de besluitvorming onvoldoende gemotiveerd was en dat verweerder niet adequaat was ingegaan op zijn inhoudelijke bezwaren, waaronder het ontbreken van uitleg over de asielprocedure in Kroatië, het afnemen van vingerafdrukken zonder tolk, en het reizen naar opvang op eigen kosten. Tevens stelde hij dat verweerder artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet volledig had toegepast.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Verweerder heeft de door eiser geschetste feiten voldoende betrokken bij zijn motivering. Er is geen aanleiding om te concluderen dat de besluitvorming onzorgvuldig was of dat verweerder het verzoek op grond van bijzondere omstandigheden had moeten behandelen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.