ECLI:NL:RBDHA:2024:22680
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-tijdig beslissen op asielaanvraag tijdelijke bescherming derdelander
Eiser, een derdelander die tijdelijk verblijf had in Oekraïne, diende op 25 november 2022 een asielaanvraag in. Hij stelde de minister op 21 oktober 2024 in gebreke wegens niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn pas na deze datum is verstreken vanwege verlengingen van tijdelijke bescherming en toepasselijke besluiten.
De rechtbank overweegt dat de tijdelijke bescherming op grond van de EU-richtlijn voor Oekraïense ontheemden en bepaalde derdelanders is verleend en verlengd tot 4 maart 2024, met onduidelijkheid over verdere verlengingen voor derdelanders. Prejudiciële vragen hierover zijn beantwoord door het Hof van Justitie van de EU, maar de gevolgen voor derdelanders blijven voorlopig bevroren.
Omdat de ingebrekestelling te vroeg was en niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wijst erop dat de termijn van 21 maanden in dergelijke zaken ruim kan worden overschreden.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.