ECLI:NL:RBDHA:2024:22887
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier bij echtgenoot wegens ontbreken MVV en belangenafweging
Eiseres, een Sierra Leoonse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning regulier met als doel gezinshereniging bij haar Nederlandse echtgenoot. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking kwam voor vrijstelling hiervan. Tevens legde de minister een inreisverbod van twee jaar op.
Eiseres voerde in beroep aan dat het mvv-vereiste onredelijk was en in strijd met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel, en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro en artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn onjuist was uitgevoerd. Ook stelde zij dat het ontbreken van een ambassade in Sierra Leone haar situatie bijzonder maakte.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd dat het mvv-vereiste niet onevenredig was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die vrijstelling rechtvaardigden. De belangenafweging hield rekening met de aard van de gezinsband, de duur van het verblijf, en de sociale en culturele banden, waarbij de minister terecht oordeelde dat de belangen van de Nederlandse samenleving zwaarder wogen. Het inreisverbod werd eveneens als rechtmatig beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.