Uitspraak
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Oezbeekse nationaliteit, kreeg op 1 februari 2024 een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken en een inreisverbod van twee jaar opgelegd omdat hij niet langer rechtmatig in Nederland verbleef. Eiser betwistte dit besluit en stelde dat er geen lichtere maatregel was overwogen en dat zijn voorgenomen asielaanvraag het besluit zou moeten beïnvloeden.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit terecht was opgelegd omdat eiser geen rechtmatig verblijf had, zijn visum was verlopen en hij onvoldoende middelen van bestaan had. De asielaanvraag, ingediend na het terugkeerbesluit, leidt wel tot opschorting maar niet tot onrechtmatigheid van het besluit.
Het inreisverbod werd eveneens terecht opgelegd omdat eiser de vrije termijn met meer dan negentig dagen had overschreden. De rechtbank verwees naar jurisprudentie dat het inreisverbod tijdelijk opschort bij een asielaanvraag, maar blijft gelden zolang die niet is afgewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen connexiteit meer was. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.