ECLI:NL:RBDHA:2024:23016
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen inreisverbod na buitenbehandelingstelling asielaanvraag ongegrond verklaard
Eiser, een Colombiaanse nationaliteithebbende, diende op 18 juli 2023 een asielaanvraag in. De minister stelde deze buiten behandeling wegens vertrek met onbekende bestemming en legde een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar op. Eiser stelde beroep in, uitsluitend gericht tegen het inreisverbod.
De rechtbank behandelde het beroep op 10 december 2024, waarbij eiser niet aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat eiser belang heeft bij de beoordeling, gelet op recent contact via zijn gemachtigde. De beoordeling van het inreisverbod vindt ex tunc plaats, op het moment van het besluit.
Eiser bracht de relatie met zijn vriendin in Nederland pas in beroep naar voren, waardoor dit niet kon worden meegewogen bij het besluit. Zelfs als dit wel mogelijk was geweest, zou dit niet tot een ander oordeel leiden, omdat eiser onvoldoende heeft toegelicht waarom het inreisverbod niet zou moeten gelden. Zijn vrijwillige vertrek naar Oekraïne om daar te strijden tegen Rusland versterkt dit standpunt.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het inreisverbod in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter E.E.M. van Abbe en griffier E. Kersten op 20 december 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.