Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2019:2308

Raad van State

Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
9 juli 2019
Zaaknummer
201800565/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:115 AwbArt. 66b Vw 2000Art. 83 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok bij besluit van 9 november 2016 de verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling met terugwerkende kracht per 24 juli 2012 in, legde hem een vertrekopdracht op en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het reclasseringsrapport van 8 november 2017 bij haar beoordeling van het inreisverbod had betrokken, omdat dit rapport dateert van na het bestreden besluit. Tevens werd bevestigd dat het inreisverbod niet asielrechtelijk is en dat de vreemdeling een aanvraag tot opheffing kan indienen op grond van artikel 66b van de Vreemdelingenwet 2000.

De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug. De rechtbank moet bij de hernieuwde beoordeling het inreisverbod en de bedreigingsgrond opnieuw beoordelen, rekening houdend met de overwegingen van de Afdeling. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

201800565/1/V2.
Datum uitspraak: 9 juli 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 22 december 2017 in zaak nr. 16/28155 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2016 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht per 24 juli 2012, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 22 december 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D.W. Beemers, advocaat te Nijmegen, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    In de eerste grief klaagt de staatssecretaris terecht dat de rechtbank het inreisverbod had moeten beoordelen naar de stand van zaken op het moment dat het bestreden besluit werd genomen. Het inreisverbod is niet asielrechtelijk van aard, dus is artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) niet van toepassing. De rechtbank heeft daarom ten onrechte het reclasseringsrapport van 8 november 2017 betrokken bij haar oordeel over het inreisverbod, omdat dit rapport dateert van na het bestreden besluit. Bovendien kan de vreemdeling, als hij meent aan de voorwaarden te voldoen (artikel 66b van de Vw 2000), een aanvraag tot opheffing van het inreisverbod indienen. Aan die aanvraag kan hij dan ook - mede - dat rapport ten grondslag leggen. Deze grief slaagt.
2.    De in de tweede grief opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling bij uitspraak van 18 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1924, beantwoord. Uit de overwegingen van die uitspraak vloeit voort dat deze grief slaagt.
3.    Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling wijst de zaak met toepassing van artikel 8:115, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb naar de rechtbank terug. De rechtbank zal met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen moeten oordelen over het beroep tegen het door de staatssecretaris uitgevaardigde inreisverbod en het door hem ingenomen standpunt dat de vreemdeling op 9 november 2016 een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart het hoger beroep gegrond;
II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 22 december 2017 in zaak nr. 16/28155;
III.    wijst de zaak naar de rechtbank terug.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Drop    w.g. Van Loon
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2019
284-853.