ECLI:NL:RBDHA:2024:2539
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag heeft op 26 februari 2024 het voortduren van de maatregel van bewaring tegen eiser getoetst, opgelegd op 25 augustus 2023. Eiser had bezwaar gemaakt tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank bevestigt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig was en richt zich nu op de periode daarna.
Eiser stelde dat er onvoldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat hij met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) vrijwillig wil vertrekken. Uit de stukken blijkt echter dat eiser zelf niet meewerkt aan het vertrek met de IOM, waardoor het niet aan de staatssecretaris te wijten is dat het vertrek niet is gerealiseerd. De staatssecretaris heeft bovendien voortvarend gehandeld door opnieuw een laissez-passer aan te vragen bij de Ghanese autoriteiten.
De rechtbank weegt het belang van eiser tegen dat van de staatssecretaris en concludeert dat hoewel de bewaring inmiddels meer dan zes maanden duurt, dit onvoldoende is om de maatregel te beëindigen. Eiser heeft onvoldoende concrete stappen ondernomen om vrijwillig te vertrekken, wat de vertraging mede veroorzaakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De maatregel van bewaring blijft gehandhaafd omdat eiser onvoldoende meewerkt aan vrijwillig vertrek en er redelijk zicht is op uitzetting.