ECLI:NL:RVS:2012:BW0598
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging bewaring vreemdeling ondanks onduidelijkheid nationaliteit
De vreemdeling was in bewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en de noodzaak tot uitzetting. De minister verlengde de bewaring met maximaal twaalf maanden omdat de uitzetting vertraging opliep door onduidelijkheid over de nationaliteit van de vreemdeling en het ontbreken van benodigde documenten van derde landen.
De vreemdeling stelde beroep in tegen de voortzetting van de bewaring en de verlenging daarvan. De rechtbank oordeelde dat het beroep ook betrekking had op het verlengingsbesluit en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad van State bevestigt dit oordeel en overweegt dat de minister terecht heeft besloten tot verlenging omdat de vreemdeling onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting en de benodigde documenten nog niet beschikbaar zijn.
De Raad wijst het verzoek om schadevergoeding af en benadrukt dat de minister de uitzetting met de nodige voortvarendheid heeft aangepakt. De onduidelijkheid over de nationaliteit is aan de vreemdeling zelf toe te rekenen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de verlenging van de bewaring en wijst het verzoek om schadevergoeding af.