ECLI:NL:RBDHA:2024:2614
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing Wlz-indicatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees de aanvraag aanvankelijk af met een besluit van 14 april 2022 en handhaafde deze afwijzing bij het bezwaarbesluit van 19 oktober 2022.
De rechtbank beoordeelde ambtshalve of eiser nog een belang had bij de inhoudelijke behandeling van het beroep, aangezien het CIZ op 7 augustus 2023 een nieuwe Wlz-indicatie aan eiser had verstrekt. Dit besluit is onherroepelijk omdat er geen bezwaar tegen is gemaakt. Hierdoor heeft een inhoudelijke uitspraak alleen betrekking op de periode van 14 maart 2022 tot en met 19 oktober 2022.
Volgens vaste rechtspraak is procesbelang vereist om een beroep ontvankelijk te verklaren. Dit betekent dat het resultaat van het beroep daadwerkelijk bereikt moet kunnen worden en betekenis moet hebben voor de indiener. Eiser stelde dat hij schade heeft geleden door het ontbreken van de indicatie in de te beoordelen periode en dat er zorg is geleverd waarvoor betaald moest worden. De rechtbank vond echter dat eiser deze schade niet met stukken had onderbouwd en achtte het onaannemelijk dat schade is geleden.
Ook het verzoek om proceskostenvergoeding leverde geen belang op, omdat dit niet in bezwaar was verzocht en de beoordeling van het bestreden besluit geen voorwaarde is voor vergoeding. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij het griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.