ECLI:NL:CRVB:2022:223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken procesbelang bij intrekking maatwerkvoorziening Wmo
Appellant had een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) ontvangen voor een ondersteuningsarrangement in natura. Na opzegging van de woonruimteovereenkomst met een stichting en daaropvolgende ontruiming van de woonboot, trok het college de maatwerkvoorziening met ingang van 1 augustus 2017 in. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit over de eigen bijdrage en tegen de intrekking van de maatwerkvoorziening, maar het bezwaar werd deels ongegrond verklaard.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de looptijd van de maatwerkvoorziening was verstreken en zorg niet met terugwerkende kracht kan worden verleend. Ook stelde de rechtbank dat het belang niet lag in een inhoudelijk oordeel voor een toekomstige aanvraag, omdat appellant later een vergelijkbare voorziening ontving zonder bezwaar.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel procesbelang had en dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-inhoudelijk had beoordeeld. De Centrale Raad van Beroep bevestigde echter dat procesbelang ontbrak, omdat de schade voortvloeide uit de ontruiming van de woonboot en niet uit het bestuursbesluit. Bovendien was het onaannemelijk dat appellant schade had geleden door de intrekking van de maatwerkvoorziening. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.