ECLI:NL:RBDHA:2024:2680
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij een zienswijze heeft ingediend. Dit is niet voldoende gebleken, waardoor het beroep ongegrond is verklaard.
Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat de staatssecretaris een nieuw voornemen had moeten uitbrengen vanwege nieuwe afwijzingsgronden, maar de rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke voornemen alle dragende motieven bevatte en dat er geen nieuwe feiten waren die een nieuw voornemen vereisten.
Verder voerde eiser aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt voor Kroatië vanwege risico's op pushbacks. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris terecht van het vertrouwensbeginsel uitgaat, mede omdat Kroatië het claimakkoord heeft geaccepteerd en eiser geen concrete aanwijzingen heeft geleverd voor een reëel risico op schending van zijn rechten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoedingen af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.