ECLI:NL:RBDHA:2024:280
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortzetting maatregel bewaring vreemdeling wegens zicht op uitzetting
Eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit, is op 5 oktober 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij voert aan dat de Marokkaanse autoriteiten zijn nationaliteit en identiteit niet kunnen bevestigen en dat er daardoor geen concreet zicht op uitzetting bestaat. De staatssecretaris stelt dat er wel zicht op uitzetting is omdat eiser documenten zoals een familieboekje en geboorteakte heeft die als aanknopingspunt dienen.
De rechtbank heeft het beroep op 5 januari 2024 behandeld en beoordeelt of sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 20 oktober 2023 de maatregel van bewaring rechtmatig is. De rechtbank constateert dat eiser wisselende verklaringen heeft afgelegd en onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting. De staatssecretaris heeft voldoende voortvarend gehandeld door meerdere vertrekgesprekken te voeren en relevante gegevens op te vragen.
De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt en dat de maatregel van bewaring daarom rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard omdat er nog zicht is op uitzetting.