ECLI:NL:RBDHA:2024:2831
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met Algerijnse nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser stelt dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is, dat hij niet correct is gehoord, en dat hij in Duitsland onmenselijke behandeling heeft ondervonden, waardoor overdracht onaanvaardbaar is.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van systeemfouten in de Duitse asielprocedure. De enkele stelling van geweld in Duitsland is onvoldoende onderbouwd. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiser niet adequaat medische zorg kan ontvangen in Duitsland. De rechtbank stelt vast dat eiser meerdere keren is uitgenodigd voor een gehoor maar niet is verschenen, en dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris het besluit zorgvuldig heeft voorbereid en gemotiveerd, en dat er geen reden is om af te wijken van de overdracht aan Duitsland. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.