ECLI:NL:RBDHA:2024:2872
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 8 februari 2024, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens bleef het eerder opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod van kracht.
Tijdens de procedure bleek uit een brief van verweerder dat eiser op 28 januari 2024 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser kon geen contact meer met hem krijgen. Op de zitting van 29 februari 2024 verschenen eiser en zijn gemachtigde niet, terwijl verweerder wel werd vertegenwoordigd.
De rechtbank stelt vast dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Dit geldt ook voor het inreisverbod. Omdat eiser geen contact onderhoudt en zijn verblijfplaats niet bekend is, heeft hij geen belang meer bij de inhoudelijke behandeling.
De rechtbank komt daarom niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen - Telman en openbaar gemaakt op 5 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde.