ECLI:NL:RBDHA:2024:290
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser betoogt dat zijn overdracht aan Kroatië in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest, mede vanwege pushbacks en ontoereikende bescherming in Kroatië. Hij stelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft verricht en verwijst naar rapporten van ngo's en eerdere uitspraken van deze rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concreet bewijs heeft geleverd dat Kroatië de Dublinclaimanten niet adequaat beschermt. De medische klachten van eiser zijn onvoldoende onderbouwd en er zijn geen bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro rechtvaardigen.
Daarom is het beroep kennelijk ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.