ECLI:NL:RBDHA:2023:15093
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verwijzing naar Kroatië
Eiser diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat Kroatië haar internationale verplichtingen nakomt, mede gelet op rapporten over mensenrechtenschendingen, pushbacks en politiegeweld in Kroatië. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin werd geconcludeerd dat niet kan worden uitgesloten dat Dublinclaimanten slachtoffer worden van pushbacks in Kroatië.
De verwijzing naar informatie van Kroatische autoriteiten en het interstatelijk vertrouwensbeginsel was onvoldoende onderbouwd en geverifieerd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De staatssecretaris moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser werd in de proceskosten van zowel het beroep als de voorlopige voorziening veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is vernietigd.