ECLI:NL:RBDHA:2024:2951
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroepen tegen WOZ-waarden van veertien galerijwoningen in hetzelfde complex
Belanghebbende, eigenaar van veertien galerijwoningen uit 1974 in hetzelfde complex, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden vastgesteld per 1 januari 2021 voor het jaar 2022. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld en de bezwaren ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank hield op 16 februari 2024 een zitting waarin partijen hun standpunten toelichtten. Belanghebbende betoogde dat bepaalde woningen hoger gewaardeerd moesten worden, onder meer op basis van verkoopcijfers en vergelijkingsobjecten. De heffingsambtenaar onderbouwde zijn waarderingen met matrices en vergelijkingsobjecten, waarbij rekening was gehouden met verschillen in kwaliteit en gebruik.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarden niet te laag waren vastgesteld. Daarnaast werd geoordeeld dat de gevraagde gegevensverstrekking door belanghebbende niet volledig specifiek was, maar dat zij niet benadeeld was omdat zij voldoende inzicht had gekregen. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden van de veertien woningen worden ongegrond verklaard.