ECLI:NL:RBDHA:2024:2966
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek erkenning Nederlandse adel wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser heeft een herhaald verzoek ingediend om erkenning van zijn geslacht in de Nederlandse adel, nadat een eerder verzoek in 2014 was afgewezen en het daaropvolgende beroep ongegrond was verklaard.
Verweerder, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die tot een andere beschikking konden leiden. Eiser stelde dat hij nieuwe feiten aanvoerde, waaronder een frauduleus advies van de Hoge Raad van Adel en een auditieboek uit 1822, maar de rechtbank oordeelde dat deze feiten al bekend waren of eerder aangevoerd hadden kunnen worden.
De rechtbank concludeert dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van de Awb en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herhaalde verzoek om erkenning als adel is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.