ECLI:NL:RBDHA:2024:2977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsbeperkende maatregel wegens ontbreken rechtmatig verblijf en opvang
Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft geen rechtmatig verblijf meer in Nederland en geen recht op opvang en voorzieningen vanuit het COa. Verweerder heeft daarom een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij eiser verplicht is te verblijven in de VBL in Burgum.
Eiser betoogt dat de maatregel onzorgvuldig is gemotiveerd en onduidelijk is of deze ook voor zijn minderjarige kinderen geldt. Daarnaast stelt hij dat hij wel een vaste verblijfplaats heeft en dat de maatregel strijdig is met artikel 8 EVRM Pro vanwege de lopende asielprocedure van zijn gezinsleden.
De rechtbank overweegt dat de maatregel uitsluitend aan eiser is opgelegd en niet aan zijn kinderen. Het verblijf in een AZC wordt niet als vaste woon- of verblijfplaats beschouwd en eiser heeft geen voldoende bestaansmiddelen. De maatregel is voldoende gemotiveerd en noodzakelijk om opvang te bieden en het vertrek van eiser te bevorderen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de maatregel ongeschikt te achten en benadrukt dat medische zorg binnen de VBL mogelijk is met tijdelijke ontheffing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen ruimte voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard.