ECLI:NL:RVS:2011:BQ8493
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling op grond van verdenking winkeldiefstal en terugkeerprocedure
De vreemdeling werd in bewaring gesteld op grond van verdenking van winkeldiefstal, het ontbreken van een identiteitsbewijs, geen vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan. De rechtbank had de bewaring opgeheven omdat deze gronden onvoldoende waren om aan te nemen dat de vreemdeling de terugkeer of verwijderingsprocedure zou ontwijken of belemmeren.
De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat de verdenking van het misdrijf en andere omstandigheden wel degelijk de bewaring rechtvaardigden. De Raad van State overwoog dat verdenking van winkeldiefstal op zichzelf onvoldoende is om bewaring te rechtvaardigen zonder nadere toelichting of bijkomende aanwijzingen.
Ook het ontbreken van een vaste verblijfplaats werd niet als belemmering gezien, mede omdat de vreemdeling tot aan de bewaring in een asielzoekerscentrum verbleef. De overige gronden, zoals het ontbreken van een identiteitsbewijs en onvoldoende middelen, waren niet onderbouwd met feiten die wijzen op ontwijking of belemmering van de terugkeer.
De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de bewaring van de vreemdeling onterecht was wegens onvoldoende aanwijzingen voor ontwijking of belemmering van de terugkeerprocedure.