ECLI:NL:RBDHA:2024:3131
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsvergunning na beëindiging relatie wegens huiselijk geweld
Eiseres, met de Ghanese nationaliteit, diende een aanvraag in voor wijziging van haar verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden nadat haar relatie met haar ex-partner was verbroken. Verweerder trok haar verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in en wees de wijzigingsaanvraag af omdat niet was aangetoond dat huiselijk geweld de directe oorzaak van de relatiebreuk was.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres geen aanspraak kan maken op voortgezet verblijf, mede omdat onvoldoende bewijs voor het huiselijk geweld is geleverd en de relatiebreuk niet direct uit het geweld voortvloeit. De rechtbank erkent dat verweerder ambtshalve heeft getoetst aan artikel 8 EVRM Pro en dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt.
Verder concludeert de rechtbank dat verweerder terecht heeft gemotiveerd waarom niet is afgeweken van het beleid op grond van artikel 4:84 Awb Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en afwijzing wijziging verblijfsdoel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.