ECLI:NL:RVS:2012:BW4278
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens gezinsleven met nieuwe partner
De vreemdeling, van Turkse nationaliteit, was gehuwd met een man met de Turkse en Nederlandse nationaliteit. Na ontbinding van het huwelijk in mei 2009, leefde zij samen met een nieuwe partner. Haar aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning werd afgewezen en de vergunning werd met terugwerkende kracht ingetrokken wegens feitelijke verbreking van het huwelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval een nieuw besluit. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de minister ten onrechte geen rekening had gehouden met het gezinsleven van de vreemdeling met haar nieuwe partner in de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro.
Verder werd beoordeeld dat de vreemdeling niet als werknemer in de zin van besluit nr. 1/80 kon worden aangemerkt, omdat zij niet in loondienst werkte. De Raad van State vernietigde het besluit van 30 september 2009 en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging waarbij het gezinsleven met een nieuwe partner betrokken moet worden, en verduidelijkt de toepassing van het standstill-beginsel uit besluit nr. 1/80 in relatie tot het arbeidsrecht van Turkse staatsburgers.
Uitkomst: Het besluit van 30 september 2009 tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.