ECLI:NL:RBDHA:2024:3390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië akkoord was gegaan met een verzoek tot terugname op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat het voornemen van de staatssecretaris een voorbereidingshandeling is en dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn zienswijze naar voren te brengen. De staatssecretaris heeft in het bestreden besluit alle bezwaren en persoonlijke omstandigheden van eiser meegewogen, waardoor het beroep op onzorgvuldige besluitvorming niet slaagt.
Hoewel eiser aanvoert dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet is toegepast, wijst de rechtbank op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het feit dat Kroatië heeft toegezegd de internationale bescherming te behandelen. De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, maar past artikel 6:22 Awb Pro toe en passeert dit gebrek.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in Kroatië in een vergelijkbare situatie terechtkomt als in eerdere zaken en dat klagen bij de Kroatische autoriteiten niet mogelijk of zinloos is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, maar de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.