ECLI:NL:RBDHA:2024:3549
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving last onder dwangsom voor onrechtmatig gebruik parkeerterrein ondanks bezwaar
Eiseres is eigenaar van een perceel dat zij verhuurt aan derde-partij, die het perceel gebruikt als parkeerterrein. Voorheen was een tijdelijke omgevingsvergunning verleend tot 1 december 2018, maar deze is verlopen. Verweerder constateerde dat het perceel nog steeds als parkeerterrein wordt gebruikt, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Daarom legde verweerder een last onder dwangsom op om het gebruik te beëindigen.
Eiseres stelde dat er geen overtreding was en dat er concreet zicht was op legalisatie omdat derde-partij een vergunningaanvraag had ingediend. De rechtbank stelde vast dat de tijdelijke vergunning was verlopen en dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. Uit het besluit van verweerder bleek dat de vergunning waarschijnlijk niet zal worden verleend, zodat geen concreet zicht op legalisatie bestaat.
De rechtbank voerde een belangenafweging uit waarbij het belang van handhaving van het bestemmingsplan werd afgewogen tegen het bedrijfseconomische belang van derde-partij en de verkeersveiligheid. Hoewel het wegvallen van het parkeerterrein mogelijk tot parkeerproblemen leidt, oordeelde de rechtbank dat dit onvoldoende zwaarwegend is om af te zien van handhaving. Verweerder heeft toegezegd de begunstigingstermijn te verlengen tot eind 2024 om gesprekken over een oplossing mogelijk te maken.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter R.H. Smits op 14 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.